Energiehaven IJmuiden: stilstand door uitblijvende keuzes, onduidelijke regie en een vergeten convenant uit 1996

Gepubliceerd op 3 mei 2026 om 17:48

Het college heeft de raad opnieuw geïnformeerd via een collegebericht, maar de conclusie is duidelijk: de Energiehaven ligt stil. En dat terwijl dit project al jaren wordt gepresenteerd als cruciaal voor de energietransitie, werkgelegenheid en de positie van Nederland als offshore windland.

De kern van het probleem ligt in de Averijhaven, waar grote hoeveelheden staalslakken liggen – restmateriaal uit de staalindustrie, onder andere van Tata Steel. Inmiddels is duidelijk dat deze staalslakken stoffen kunnen afgeven die schadelijk zijn voor bodem en water. Daarom geldt er een tijdelijk verbod op toepassing op land. Dit speelt niet alleen in IJmuiden, maar ook op andere plekken in Nederland zoals Eerbeek en Spijk.

Juist deze onzekerheid legt nu het hele project stil. Het oorspronkelijke ontwerp van de Energiehaven ging uit van het gebruik van deze staalslakken. Zonder oplossing moet het plan worden aangepast of moet het materiaal worden afgevoerd. Beide opties kosten tijd en geld, maar niets doen kost uiteindelijk het meest.

In dit dossier speelt Rijkswaterstaat een sleutelrol, en juist daar zit de kern van de bestuurlijke impasse. RWS is beheerder van het Noordzeekanaal, verantwoordelijk voor waterkwaliteit en veiligheid, en betrokken bij vergunningverlening en toetsing. Tegelijkertijd is RWS niet automatisch de partij die moet opruimen; die verantwoordelijkheid ligt in beginsel bij degene die de staalslakken heeft toegepast of het terrein heeft ingericht.

Maar als toezichthouder en vergunningverlener heeft RWS wél de bevoegdheid – en feitelijk ook de plicht – om in te grijpen zodra risico’s voor bodem en water ontstaan. RWS kan eisen stellen, gebruik beperken of maatregelen afdwingen zoals afdekken of verwijderen. En precies daar wringt het: zonder een duidelijk standpunt en harde kaders van RWS blijft het project in de wachtstand staan.

Dat roept fundamentele vragen op. Als het gebruik van staalslakken eerder is toegestaan of gedoogd, hoe kan het dan dat een project nu volledig vastloopt? Zijn risico’s onderschat, zijn inzichten veranderd, of ontbreekt het aan regie? En als de risico’s nu zó groot zijn dat het project stil ligt, waarom volgt er dan geen duidelijk besluit over wat er wél moet gebeuren?

Voor inwoners betekent dit iets heel concreets: geen besluit betekent geen bouw, geen planning en geen duidelijkheid.

Een extra dimensie in dit dossier is het convenant uit 1996, waarin afspraken zijn gemaakt tussen overheden over de ontwikkeling en het beheer van het Noordzeekanaalgebied. De vraag is of dit convenant nog actueel is en wordt nageleefd. Als deze afspraken nooit formeel zijn beëindigd, dan werken ze nog steeds door in de bestuurlijke afwegingen van vandaag.

Juist in een situatie waarin onduidelijkheid bestaat over rollen, verantwoordelijkheden en regie, mag worden verwacht dat wordt teruggevallen op bestaande afspraken. Dat geldt temeer voor de rol van Rijkswaterstaat, die binnen dit soort convenanten vaak een centrale positie heeft als beheerder, uitvoerder en adviseur van het Rijk.

De vraag is dan ook onvermijdelijk: wordt het convenant nog toegepast in de besluitvorming rond de Energiehaven, en zo nee, waarom niet? En als het nog wél geldt, hoe kan het dat de gezamenlijke regie die daarin is afgesproken nu ontbreekt?

De situatie wordt nog wranger in relatie tot de Zeesluis IJmuiden. Deze sluis is in gebruik genomen terwijl de zogenoemde selectieve onttrekking – essentieel voor het beheersen van zoutindringing en waterkwaliteit – nog niet volledig functioneert. Ook daar is RWS als beheerder en uitvoerder direct verantwoordelijk. Het roept de vraag op of projecten in dit gebied wel in samenhang worden beoordeeld, of dat cruciale onderdelen te vroeg operationeel zijn verklaard zonder dat het totale systeem op orde is.

Daarnaast blijft onduidelijk hoe de bevoegdheden precies liggen. De gemeente Velsen heeft een rol in de ruimtelijke procedure, maar op het gebied van water, bodem en grootschalige infrastructuur ligt de doorslaggevende macht bij het Rijk en uitvoeringsorganisaties zoals RWS. In de praktijk betekent dit dat de gemeente verantwoordelijkheid draagt richting inwoners, maar afhankelijk is van besluiten die elders worden genomen.

Financieel zijn de risico’s aanzienlijk. Vertraging betekent oplopende kosten, mogelijke herontwerpen en onzekerheid over subsidies en investeringen. De vraag is in hoeverre deze kosten uiteindelijk bij de gemeente Velsen terechtkomen, terwijl de regie feitelijk bij het Rijk ligt.

De kern is simpel: de oplossingen zijn bekend. Staalslakken kunnen worden verwijderd, afgedekt of vermeden. Maar zolang Rijkswaterstaat geen duidelijke lijn trekt en het Rijk geen knoop doorhakt, blijft iedereen naar elkaar kijken.

Dit is geen gebrek aan oplossingen.
Dit is een gebrek aan regie.

En precies dát legt de Energiehaven stil.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.